Ik kon niet wennen aan dat dikke rimpelige vel op de warme melk. Er dreven ook nog eens grote gele vetbobbels op.
Vanuit de beker leek een gemene heks mij aan te kijken. Ze had een gezicht vol rimpels en rijpe puisten. Ik moest kokhalzen zodra ik dat vel in mijn mond voelde.
Stiekem ontdeed ik met een vork de melk van het heksengezicht, ik stopte het vel tussen mijn brood en probeerde het door te slikken. Maar het bleef te glibberig, te goor en te hekserig.
Het duurde een tijd voordat het lukte het vel te verstoppen in mijn zakdoek. Zodat ik het in de wc kon gooien.
Zo kreeg ik nachtmerries van melkheksen die mij de wc-pot insleurden.


Hokus, spokus… Soms zou je willen dat je kon toveren. Al dan niet culinair verantwoord.
Jammer van het vergeten woordje in de laatste regel.
En ik heb gedroomd van die vellen, de lucht van opgewarmde verse melk, de roomklontjes, het hoesten van die vieze melk, kortom, een tweelingnachtmerrie 😉