Het stukje van Toby deed me denken aan een verhaal wat mijn moeder eens vertelde. We werden, mijn broers en ik, in een christelijke setting opgevoed die tegelijk doordringt was van autoloosheid, ban-de-bom ethiek, biologisch dynamische toestanden en fietsvakanties. Als mijn vader voor de uitzondering eens een auto huurde, riepen wij in koor angstig dat het bij 50 km al te hard ging.
Voor het slapen gaan, zongen wij met moeder steevast: “Ik ga slapen ik ben moe, sluit mijn beide oogjes toe, Heere houdt ook deze nacht…”, etc. Op een avond vroeg mijn jongere broer aan mijn moeder: “Mamma, wanneer zingen we nu eens voor de fietsers?” ‘Heere houdt ook’ had hij verbasterd tot ‘Heere auto’s…’ De lieve schat.

Mijn vader zong (met Italians accent, want dat hebben de meeste Italianen) “Hjere houtok dezze nakt” Ik heb me jaren afgevraagd wat de Heere nou precies in dat hout hok deed.
🙂
Hetgeen mij weer doet denken aan het gebed van opoe voor het eten. Dit ging in zo’n rap tempo dat pas toen ik de tekst een keer tegen kwam in een Gereformeerd liedboek wist dat ‘kleefie kleefie’ stond voor ‘vergank’lijk leven kleef’