Ze loopt hetzelfde pad dat ze gisteren met hem liep. Een prachtige weide met hoog in de wind wiegende grashalmen. Ze droeg een zomerjurkje. Hij liep achter haar, wetende dat alleen deze stof haar lichaam omhulde. Het was alsof er geen tijd bestond. Een gevoel van tijdsledigheid. Terwijl het pad hun naar boven leidde gleden hun vingers over het gras. Onuitgesproken woorden zeiden dat hun handen straks elkaar zouden verwennen onder de open hemel. Vandaag wil ze het gevoel nogmaals beleven, maar het gras is gemaaid en de wind doet geen moeite beweging te krijgen in de stoppels die het veld ontsieren. Hun plek van hartstocht is nu kaal. Het moment is een herinnering geworden gewist door de tijd.


Volgens mij, als hij het voor het zeggen had, was er wél een happy ending…