Een zolderkamertje, meer is het niet. Als het regent, drupt het op haar bed. Onophoudelijk gestommel achter de deur, geluiden van medebewoners die de douche willen gebruiken die naast haar kamer is.
Ze heeft geen bank, we zitten op haar bed. Kopje oploskoffie in mijn hand. Ze lacht en ze is blij dat ik er ben. Afleiding, zij zit alle dagen maar te wachten. Mag ze blijven of niet? Taalcursussen en koken en wachten, dat is haar dagprogramma. Nu ben ik er en ze legt allerlei lekkers neer, ik moet vooral alles eten.
Zo gastvrij is ze, zo dankbaar en lief. Straks ga ik naar huis, de warmte van mijn eigen gezin. En zij? Zij blijft voorlopig hier. Wachtend, alleen.


Wat een triest vooruitzicht toch, wat zou Leers vinden van dit stukje. Met gevoel geschreven!