Een boskabouter als ik, heeft een luizenleven. Overal om me heen leven ongewassen dieren. Ze likken zich wel, maar neten en vlooien zorgen voor wandelende vlooienluizenbollen.
Dat komt mooi van pas, ik leef van luizen. Met een stofkam haal ik de neten eruit, knabbel de sappigen op en laat de onvolgroeiden verder rijpen.
Helaas kwam de boswachter daar achter en riep: ’Jij Paulus, luie vetzak. Aan het werk, zorg voor de elfenbankjes. Daar moet je zijn, vlooien en luizen zijn van ondergeschikt belang.’
Boos keek ik hem aan, pakte mijn bijltje en dat werd bijltjesdag voor de boswachter. Zijn hoofd rolde op de grond, zijn blauwe tong stak een stuk naar buiten. En ik at een overheerlijk elfenbankje met luizensaus.


Beste , welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie