‘De buurman is overleden.’ ‘Welke? Van zes of van vier?’ ‘Van zes.’ We zitten aan de koffie, mijn zus en ik. Eén keer in de week kletsen we bij. Over de kinderen en onze ouders. Zussen onder elkaar. De buurman woonde naast ons ouderlijk huis. We kennen hem van vroeger. […]

0

Recente reacties