De onverzorgde man naast ons op de tribune trok met zijn lange gele nagels een vloeitje uit het pakje Mascotte, draaide een shaggie als een boomstam, likte aan de gom en spoog overtollig spuug naast zijn schoenen. Zuinig stopte hij de overblijfsels tabak weer in zijn pakje Drum – zijn Poppel aansteker weigerde.
‘Nee, ik geef u wel een vuurtje,’ zei mijn vader toen de man mijn vaders Ronson aansteker wilde aanpakken. Door de harige tochtborstels van zijn neusgaten ontsnapte rook richting mijn zakje chips. Een brandend stukje vloeipapier landde op zijn jas waarin al meerdere gaatjes zaten – kon ook de mot zijn.
‘Hè, verdomme! Ik krijg thuis weer wat te horen… je wordt bedankt met die dure aansteker van je.’


Recente reacties