‘Het is mijn boodschappenbriefje, die ik vanmorgen heb geschreven, en daar blijf je van af.’ ‘Dat.’ ‘Wat?’ ‘Je zegt “die ik vanmorgen heb geschreven”. Het moet zijn dat. Het boodschappenbriefje dat ik heb geschreven. Het boodschappenbriefje is het antecedent waarnaar het betrekkelijk voornaamwoord dat verwijst.’ ‘Kan mij dat nou schelen. […]

0

Recente reacties