Ik neig mijn hoofd naar het plasje water aan mijn voet. Een overheerlijk lentebriesje laat mijn kraag trillen van pril geluk. Een wonder van stralende pracht weerkaatst me tegemoet, een jubelkreet werpt zich als een trompetstoot de wereld in. Ik ben zo mooi!
Plotseling is er de hand met het mes. De snede scheidt mij van zelfbevredigende eenvoud.
Stijf opeen gepropt met een handjevol lotgenoten klemt mijn voet nu in een vaas, mijn teen reikt net niet in het vieze water. Het verschrompelen doet pijn, hoe lang heb ik nog?
De kinderstemmen dansen, de moederstem roept ‘O, wat mooi!’. Ze zeggen dat ze van elkaar houden.
Ik hield van mezelf, mijn onovertroffen schoonheid. Nu slechts nog een vaalgele verlepte herinnering.

@Berdien: je ’talenteert’* hier een groot inlevingsvermogen, haha. ? (Het leven van een bloem en de sadistische mensen en hun beleving van de ware liefde…)
(*Pas uitgevonden werkwoord, hoort in het lijstje met ‘dokelen’.)
De paasbloemen buiten zijn hier vandaag allemaal geknakt door de straffe wind. ?
Nele: de zelfreflectie van een bloem weerspiegelt hoe sommige mensen door het leven narcismussen. Wat is waar, en wiens waarheid is het dan?
@Berdien. Leuk verzonnen. Narcissen blijven wel lang goed.
opeen gepropt – opeengepropt
hoe lang heb ik nog? – hoelang heb ik nog?
@Berdien: ?, er zijn waarschijnlijk meer soorten bloemen dan dat er soorten mensen zijn…