Hij was creatief. Bij hem thuis was er geen tv of radio, dat mocht niet. Alles wat hoor-, of zichtbaar slecht was, hadden of deden ze niet. Nou ja, er stond een radio in de trapkast, voor als er oorlog uit zou breken en ze er dan echt één nodig zouden hebben. Het was in de zeventiger jaren. Regelmatig zat hij in diezelfde trapkast, als hij thuis de regels weer eens overtreden had. Hij had er met succes een verlengsnoer in verstopt. Een heel lang verlengsnoer. Elke keer dat hij daar in die kast te vinden was, kon hij in het donker naar de radio luisteren. Hij had het goed daar in die kast. Hij en de radio. Heerlijk alleen.


@Arjan. Elke keer iet ik daar in die kast te vinden was, kon hij in het donker dan naar radio luisteren ???
Ik denk een tikfoutje. En je schakelt van hij over naar ik. En je kunt radio luisteren, maar niet NAAR radio luisteren; wel NAAR DE radio luisteren.
@Han oeps… Beetje te snel zie ik. Ja had ik in hij veranderd. Ik ga het aanpassen. Dank.
Arjan: je vertelde het in Enschede heel levendig in de ik-vorm. Als verhaal zou je dit ook kunnen doen, maakt het meer een beleving.
Mooi stuk Arjan, sfeervol.
Mee eens dat het ook goed zou werken in de ik-vorm.
@Arjan: jouw stukje doet me denken aan de verhalen van oudere mensen in de oorlog… Toen was het verboden om naar de radio te luisteren. Ze verstopten hun zenders in de haard of in een geheim luikje onder de vloer…