Desolaat is het landschap in dit oord van vrijwillige verbanning. Ik draag vier lagen kleding en droom iedere nacht van die vervlogen, zwoele zomer in de Provence.
De vrouw die iedere dag komt koken, maakt steevast dezelfde oersoep, waaruit ook organismen kunnen ontstaan en serveert er vreselijke brouwsels bij, die het gezichtsvermogen aantasten. Wel kan ze prachtig zingen; dan bereikt ze de status van godin van het poollicht.
Zijn dat wolven die ik ’s nachts hoor? Leven die in deze Siberische uithoek?
Iedereen kijkt hier verlangend uit naar de lente.
Ik zou een moord plegen voor een doodsimpele banaan of een pak karnemelk.
Maar de tropen vind ik erger; hier is de zon tenminste altijd vriendelijk en vol goede bedoelingen.

?