Ik lig in het linker en Oma in het rechter bed van de vakantiebungalow.
Vanmiddag hebben we in de bibliotheek boeken gehaald. ‘Daar staan cowboyboeken,’ zei Oma.
Genoeglijk wrijf ik mijn voeten tegen elkaar. Oma beweegt haar lippen alsof ze zichzelf uit Agatha Christie voorleest. Dikke brillenglazen verraden haar staaroperatie.
… Het is alweer licht. De dekens over mijn gezicht. Ik hoor de fluitketel.
Het boek ligt op het nachtkastje. De geborduurde boekenlegger zegt waar ik verder moet.
Vier uur ’s nachts. Het lichtje brandt, mijn leesbril zit scheef op mijn neus. Het is koud, de dekens liggen los, mijn boek is dichtgeslagen met de boekenlegger er nutteloos naast. Hoe moet je verder als je niet weet waar je gebleven bent…


@Han. De leesbril in de tweede alinea maakt duidelijk dat er een sprong in de tijd is gemaakt. Knap gevonden.
@Ewald. Dank je. Helaas is die leesbril de realiteit.
bijzondere tijdreis met een prachtige slotzin, fijn en kwetsbaar.
@Irma. Dank je voor je mooie reactie.
ik herken het lichte gevoel van ontreddering als de bladwijzer is verdwenen en je soms tien pagina’s herleest en steeds denkt ik heb het toch al gelezen.
@José. Ja, ook dat, maar ik bedoel het toch vooral overdrachtelijk.