Soms reed ik via Schoonebeek naar Duitsland. Dan kwam ik door het gehucht Padhuis en dacht aan Hendrik.
Hendrik Pathuis woonde in Licht en Kracht in Assen waar ik vakantiewerk verrichtte. (Gek, die optimistische namen voor inrichtingen. Zo kent Amersfoort Zon en Schild .)
Hij zat in de tuinploeg die ’s zomers aardappels krabde.
“Waar kom je vandaan, Hendrik?” vroeg ik.
“Padhuis,” was het antwoord.
“Nee, Hendrik,” zei ik, “ik vraag niet hoe je heet! Waar ben je geboren.”
“In Padhuis,” zei Hendrik pertinent.
Ik plaatste Hendrik een halve akker voor de anderen. Hij was een secure werker.
Tegen schafttijd had hij voldoende aardappels om zijn bord te vullen en een kuil waarvoor een doodgraver zich niet zou hebben geschaamd.

Hendrik was een man van Zeker en Weten.