‘Nou nou, een beetje minder mag wel.’
‘Pardon?’ zeg ik. ‘Waar bemoei je je mee?’
‘Je staat tegen een leverworst te praten.’
‘Ja en, heb je er last van?’
Ik sta bij de zelfscanbalie van een supermarkt. Omdat er weinig kassa’s zijn bezet word ik hiertoe wel gedwongen. Weinig ruimte om je boodschappen neer te leggen. Het leverworstje rolt bijna op de grond en ik zeg: ‘Blijf liggen kreng.’
Naast me staat een… Ja wat staat er eigenlijk? Het is geen vrouw. Niet van origine althans, dat zie je altijd aan de handen.
‘Je bent niet normaal,’ zegt de transgender.
‘Ach, wat is normaal,’ is het normaalste antwoord dat ik op dit moment kan verzinnen als mijn leverworstje opnieuw rolt.


“Tja, doe’s normaal. Wat is de norm Aal!”
Zolang er maar met worsten wordt gesproken.
Ook met die van ‘aliens’.
Een genderfobieloos stukje. ?
Gelukkig zijn er vele soorten van normaal en is eigenlijk de enige grens, schaadt je een ander niet door jouw gedrag en zelfs dat kan nog subjectief zijn. Overigens ook een transgender mag een ander abnormaal vinden al weet hij of zij dat hem of haar dat lot zelf vaak treft. Je leest in verschillende stukjes in deze weekeditie iets van het ongemak in de omgang met transgenders of mensen met een onduidelijke seksuele identiteit.