‘Met mijn verzakking gaat het beter.’
‘Fijn, Alida.’
‘Pijn? Waar dan, neef?’
‘Nee, ik zei… Ah, nummer 10. Die is binnen.’
‘Gaat het beginnen?’
‘Even stil, Alida.’
‘Wat?’
‘Anders hoor ik die meneer niet.’
‘Moet je kijken, wat een joekel van een kalknagel.’
‘Zeker. Maar ik luister even naar…’
‘Hij wordt wit en geel…’
‘Zei die man nu 30?’
‘Wat?’
‘Nee, niets, Alida.’
‘Vies gezicht hè?’
‘Wat, Alida?’
‘Die nagel! Luister je wel?’
‘Dat probeer ik.’
‘Wat?’
‘Bingo!’
– wat moet hij nu met een elektrische deken? Hij heeft het altijd warm door die hoge bloeddruk.
‘Heb jij ook kalknagels?’
‘Nee, Alida.’
‘Neem een amandelkoekje. Moet je kijken: mooie grote witgele amandelen. Lekker knapperig.’
‘Nee bedankt, Alida, ik heb geen trek.’


@Han. Knap hoe je bingo en gesprek door elkaar laat lopen. Voor wat betreft die amandelen…. Die ik eet ik voorlopig niet meer 🙂
@Kees. Dank je wel! Ik eet ze voorlopig ook niet meer.
het langs elkaar heen praten, door slechthorendheid, niet door onwil
@José. Hartelijk dank, ook voor je overige aardige reacties.