Het beeld van de oude dame, zichzelf gewikkeld in de oude mottige deken op de bank, klopt niet met de rest van de entourage in de woonkamer.
De lichtgroene muren, met de schilderijtjes met afbeeldingen van haar uit haar glorierijke theaterverleden, waarin ze gehuld in sprookjesachtige jurken de kamer inkijkt, de ramen gesierd met zelfgemaakte gordijntjes met roesjes en niet uit te wassen vlekjes, omdat het stofje net zoals bijna alles uit het tweede kans winkeltje komt, dit alles staat in schril contrast met de figuur die met doffe ogen vanaf de bank de leegte in staart. ‘Ik zou nog één keer willen dansen’. Voorzichtig pak ik haar hand en trek haar omhoog.
Ze danst, tot haar ogen weer glanzen…

Jessy: mooi moment.
mooi sprookjesachtig verhaal