‘Ja… Ik denk dat we hier wat aan moeten gaan doen. Fietst u veel?’
‘Iedere dag.’
‘Dat dacht ik al.’
‘Maar ik voel niets.’
‘Ongevoeligheid, daar begint het mee. Het kan tot veel verdriet leiden. En natuurlijk geluidsoverlast.’
‘Geluidsoverlast?’
‘Herinnert u zich die speelgoedvliegtuigjes aan het strand nog? Door de wind maakten de vleugels veel herrie. En kan uw man “de weg nog wel vinden?” zal ik maar zeggen.’
‘Nou, het is geen spitsstrook meer.’
‘De behandeling is duurzaam: wat we wegsnijden gebruiken we ter opvulling van uw toch echt te smalle bovenlip.’
‘Maar…’
‘Nee, daar proef, eh… ruik, eh… zie je niets van. En u hoeft zich nergens voor te schamen; zo misplaatst, de benaming van dat stukje vrouwenvlees.’


@Han. Vaak zijn je stukjes zeer raak en soms zelfs messcherp. In dit geval vind ik dat je de plank misslaat. Natuurlijk begrijp ik dat het humoristisch is bedoeld, maar naar mijn idee, met alle respect, ben je daar deze keer niet in geslaagd.
@Ewald. Jammer. Humor is hier slechts een verpakking van een belachelijke maatschappelijke ontwikkeling.
@Han. Wat betreft die ontwikkeling ben ik het zeker met je eens.