Als het ’s ochtends koud en donker was, stond moeder klaar met de twee bruine kogeltjes. Wanneer je ze tegen het licht hield, kon je een trage, gouden vloeistof zien.
‘Meteen doorslikken, dan proef je er niks van.’ Haar arendsogen volgden de bolletjes als ik ze aanpakte en in mijn mond stak. ‘Ik kreeg vroeger zo’n vieze lepel vol levertraan. Je weet niet hoe goed je het hebt, met zulke dure capsules.’
Elke ochtend weer probeerde ik het, voor haar: in één keer doorslikken.
Tevergeefs.
De drang was te sterk. Met fijne, bevredigende plofjes knapten de bolletjes tussen mijn tanden. Genietend kauwde ik op de stevige vliesjes en de vettige olie.
Volgens haar ben ik altijd een vreemd kind geweest.

@Odilia, leuke wending!
@Odilia: leuk, helemaal voor te stellen. Juist niet doen wat er gevraagd wordt, omdat het voor je ‘eigen bestwil’ is…
Een erg leuk, vreemd kind ?
Dag dames, alle drie dank voor jullie lieve reacties. Geloof het of niet: ze kan er nog boos om worden?. Deze keer hoefde ik de wending niet te verzinnen. En die bestwil heb je goed gezien, @Lisette, het woord zelf viel weg tijdens het inkorten. Maar het klinkt nog na in mijn oren.
Mooi afgewerkt stukje. En een zeer mooie titel.
<3 (De hartenteller doet weer raar.)
mooie omslag in dit stukje