Hompiekurken noemde hij het. Geen idee meer wie hij was. Het woord onthield ik. De klank alleen al maakte de daad op zich leuker en luchtiger. Mijn streng christelijke opvoeding deed me later dubbel liggen bij creatieve synoniemen van Koot en Bie voor ‘de âhtste beweiging ter wereld, za’k ma zegguh.’
Als volwassene was ik nogal gecharmeerd van de keurige termen coïteren, cohabiteren, in een hele jolige bui ook weleens vogelen maar meestal gewoon ‘vrijen.’
Doch hompiekurken zal altijd mijn favoriet blijven. Ik heb een beeld van mijn honderdste verjaardag: dat de burgemeester me komt feliciteren en de directeur van het bejaardenhuis vraagt of ik als honderdjarige nog wensen heb. En dat ik – zo dement als een deur – antwoord: ‘hompiekurken.’

Recente reacties