‘Je never no.’ Dat leest meester Arjan als titel boven het werkstukje van Henk-Jan. Hoe is het mogelijk? Het is niet waar?
Op zijn bureau, dat een beetje uittorent boven de andere kleine bureautjes in de klas, ligt het NRC opengeslagen. Een van de koppen van een krantenartikel schreeuwt het uit. In vetgedrukte kapitalen.
‘TAALGEBRUIK ONDER JONGEREN VERLOEDERT’
Niets is minder waar. Meester Arjan heeft het bewijs voor zich liggen op tafel. ‘Je never no’. De titel van een van de werkstukjes voor de opdracht ‘schrijf een stukje in 120 woorden’.
Hij roept Henk-Jan naar voren en stelt een voorbeeld.
“Kijk jongens, zo moet het niet. Het moet aan elkaar geschreven. Zo dus!”
Vervolgens schrijft hij op het bord: jeneverno.

@Mien. Ik lig in een deuk. Ga mijn leerlingen zo uitleggen waarom.
Succes! Have fun! 🙂
@Mien. Heel leuk! Kleine voor bureautjes zou ik weghalen.
Ik zou wel willen Han. ?
Kunnen is een ander verhaal. ?
@Mien. Ach, wat maakt het uit.
Eerder wie.
Mien: altijd mooi om de schrijflust door te geven aan de volgende generatie. Je never kan tell wat eruit voortkomt.
Een meesterlijke vergissing… <3
Grappig.
Natuurlijk maken meesters en juffen ook fouten, maar bij taalfouten vind ik het wel erg.
Heerlijk hoe jij je ‘klassikaal’ inleeft, Mien