Borstelige wenkbrauwen drukken zijn ogen tot nauwe spleetjes. Daartussen overtollig vel, met groeven als touwtjes die te strak om een braadworst zijn gewikkeld. Zijn neus staat uit het lood. De vuist die dat op zijn geweten heeft, heeft gelijk de breedte aangepast. Hij zal het verdiend hebben. Net als het litteken dat grillig boven zijn kaaklijn meandert. De eendagsbaard kan de pokdalige erfenis uit de puberteit niet verbergen. In zijn mondhoek bungelt een half opgerookt shaggie. De as (of is het roos?) ligt stil op zijn brede in leren jack gehulde schouders. Met zijn voorkomen jaagt hij volk en vaderland schrik aan. Maar als hij buldert van het lachen, is zijn gezicht net de zon die door een onweerswolk breekt.


Aah! Ik zie hem zo voor me. Met tatoeages en piercings misschien ook? Als hij echt bestaat ben ik wel benieuwd waar je hem van kent.
Rag ’n Bone man?
Nee hoor, ik ken hem ook niet 😉 Gewoon een leuke vingeroefening: personage in 120 woorden.
Prachtig weergegeven hoe we op uiterlijk afgaan. Voor mij is dit het voorbeeld van de ruwe bolster en de blanke pit.
Mooi, de ruwe man en de bulderlach die zijn uiterlijk teniet doet.
Hoewel, ik weet niet, ik persoonlijk griezel toch te veel van de as op zijn schouders.
Ik vind het een enige oefening in ‘show, don’t tell’ en een onderhoudend verhaal.
Hoi Nienke,
geweldig goed geschreven; inderdaad zoals Marceline zegt; prachtige show don’t tell! <3
Nienke: plaatje van een verhaal
Leuk, ik zie het voor me!