Sylvia peddelde zo hard ze kon. Met regelmaat keek ze achterom. Het petje op het water veranderde in een steeds kleiner wordend stipje totdat het uiteindelijk uit het zicht verdween.
Ze meerde de kano aan bij VaartWeg. Gerard hielp haar uitstappen.
‘Ik kap ermee. Zeg, heb jij soms een fietser gezien met een petje op?’
‘Er komen hier zoveel fietsers. Ik zou het niet weten. Waarom?’
‘Laat ook maar.’
Langzaam peddelde Sylvia in de richting van het dorp. In de vaart ontwaarde ze het stipje weer. De contouren namen gestaag een zekere vorm aan. Bij de plek waar haar kano was omgeslagen, gooide ze haar fiets in het al platgetreden stuk gras. Het petje dreef nog steeds op dezelfde plek.


<3
(Er is één dingetje dat ik niet zo goed begrijp. In de tweede alinea meert ze aan.
En in de eerste zin van de derde alinea peddelt ze weer, en in de vierde zin van die alinea gooit ze haar fiets in het gras… Wat doet ze in de derde alinea? Fietsen of peddelen? )
❤️Ik wacht op 5.
@Nele: Leuk dat het je opviel. Dat heb ik expres zo gedaan. Eerst is peddelen nog kanovaren, later peddelt ze weer terug op haar fiets. In de middelste alinea is het idd niet helemaal duidelijk dat ze uit de kano stapt. Dat heb ik inmiddels aangepast. Dank je wel voor de tip!
Dank je wel @Nancy. Ik ga het proberen! Heb zoiets nog nooit gedaan, maar het is wel leuk! Dit weekthema nodigt wel uit voor vervolgverhalen, hè?
Weer een leuk stuk @Irma