‘Waar ga je heen, jongetje?’
‘Zuidlaren, meneer.’
‘In dat speelgoedbootje, met een plastic peddel?’
‘Ja, meneer.’
‘Weten je ouders dit wel?’
‘Jazeker. Ze zeiden nog: “Pas op jongen, soms is de weg recht en dan weer krom. Ze zullen later een liedje over je schrijven.”’
‘Wacht eens even… Wat is je naam?’
‘Berend.’
‘Berend wat?’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Je achternaam, natuurlijk.’
‘O, Botje.’
– nee hè! Dat is die galbak aan wie we dat kutliedje te danken hebben. Ik kan het nog voorkomen…
‘Berend.’
‘Ja, meneer.’
‘Je wilt helemaal niet naar Zuidlaren, hè? Maar naar Amerika.’
‘Eh… ja, meneer.’
‘We gaan eerst een spelletje doen: wie het langst onder water kan blijven. Jij begint!
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven…’


Hoi Han, lachen, gieren, brullen! Geweldig originele invulling! <3
@Ton. Het is zo onlogisch als het maar kan. En daarom leuk om te schrijven. Dank je hartelijk!
Geweldig Han, een grote glimlach en een ❤️
@Nancy B. Dank je hartelijk!
Een hele jonge Bas Jan die Berend. Mooi. ?
@Mien. Dank je wel.
Geweldig! Voortaan zal ik, als ik dat liedje hoor, hier geheid aan moeten terug denken.
Hahahaha! Wat een geweldig leuk verhaaltje. Ik zie voor me hoe je zelf zat te grinniken toen je dit schreef.
@Marlies. Enigszins wel, moet ik bekennen. Dank je.