Van enkel dunne huiden en wat stokken maakt Olaf ‘s avonds een tent. Tussen Bor en de oude pelsjager glijdt Hisse weg in een warme, droomloze slaap.
‘s Morgens geeft een azuren hemel de wereld haar kleur terug. Vele dagen achtereen zoeken ze hun weg over een maagdelijk sneeuwdek. Stoppen doen ze enkel als er gejaagd of gegeten moet worden. Al gauw laat Olaf het boogschieten aan Hisse over. Haar blik is scherper en haar hand vaster.
Als ze bij een reusachtig meer aankomen, draait de wind naar het zuiden. Rond het middaguur is de sneeuw veranderd in een modderbrij.
‘Moeten we hierdoor,’ vraagt Hisse bedrukt.
Olaf grijnst en schuift wat takken opzij. Daaronder liggen een kano en twee peddels.


@Hay. Mooi en handig de peddel erin verwerkt!
Dromenloze moet zijn dromeloze of droomloze.
Dank je, Han! Dromeloze klinkt mij veel te dromelig. 😉 Dan wordt het dus gewoon droomloze.
@Hay. Je droomt maar een end weg! Geen dank.
Zelfs het themawoord past in de sfeer. Vind ik best zeldzaam.
Anders had ik het themawoord ook niet gebruikt, Levja. Deze keer paste het.