Er drijft slechts één gehaktbal in de jus. Een reusachtige bal van vijfhonderd gram. Normaliter draai ik daar drie, vier of vijf ballen van, al naar gelang het aantal mee-eters. Met gehakt kun je alle kanten op; ik heb altijd een pondje liggen.
Ik pak één bord, één vork en één mes en vis de bal uit de pan. Nauwkeurig deel ik hem in drieën. Het ziet nog wat rood van binnen. Mij, ik en mezelf moeten er maar genoegen mee nemen.
Eet smakelijk, hoor ik mezelf tegen mij zeggen. Maar het smaakt me niet en abrupt schuif ik mijn bord weg.
Zaterdag komen ze weer thuis. Dan zorg ik voor vier ballen. Want zo is er geen bal aan.


Mooi verhaal, Irma. De titel dekt de lading helemaal.
De triestheid van een gehaktbal eten in je eentje, tref je goed.
Eens met Nel: de titel zegt al alles.
@Irma. Leuk hoor! En een beetje triest.
Sluit me aan bij Nel. Goed getroffen. Net een schilderij!
Dank voor de leuke reacties Nel, Ewald, Han en Arjan. Voordeel van alleen thuis zijn is weer dat je extra veel tijd heb voor 120w en nadat ik alle stukjes gelezen had kwam ik tot de conclusie dat je zelfs hier met gehakt alle kanten op kunt ?
@ Irma; mooie insteek, eens met mijn voorgangers. Prachtig uitgebeeld vind ik de zin ‘ Mij, ik en mezelf moeten er maar genoegen mee nemen.’
Irma: mooi neergezet, die rol in het familiepatroon.
@ Irma: een dergelijke situatie en de beleving ervan loepzuiver neergepend. Degelijk werk!
(Tip: mee-eters kan je uitknijpen 😉 )