“Hoi meissie, kan ik je overhalen om gezellig mee te gaan naar Barcelona” leest ze. Ze zou heel erg graag meteen ja hebben gezegd, maar toch schieten de beren en leeuwen door haar hoofd. Ze zit namelijk in een rolstoel en is nog nooit in Barcelona geweest. Aan de andere kant kent ze haar beste vriendin goed genoeg dat die het nooit zou vragen als die geen mogelijkheden zag voor de problemen die er nu door haar hoofd gaan. “Ja super wanneer gaan we” reageert ze meteen als ze zich dat beseft. “uh ik ben eigenlijk al naar je onderweg dus pak je tas maar in. Echt jij weer hoor lekker ding ben je. “Tot straks dan maar.” “Tot zo.”

Miriam: ook hier die samengevoegde zinnen, leest niet lekker.
Beren en leeuwen: deze uitdrukking komt van Beren op de weg? Die leeuwen snap ik niet.
Ook lijkt het me vreemd dat een rolstoelgebonden persoon zo onvoorbereid op vakantie zou gaan, en zelf haar tas in gaat pakken op zo korte termijn.
Grammatica:
Ze kent haar vriendin goed genoeg (om te weten) dat die het nooit zou vragen.
uh moet hier met een hoofdletter, nieuwe zin.
Als ze dat beseft, OF als ze zich dat realiseert.
aanhalingstekens in de laatste zinnen kloppen niet.
Heb je hier wat aan?
Bedankt voor de feedback. Wij zeggen dat altijd dat je beren en leeuwen ziet, maar is misschien niet een echte uitdrukking dat kan. Ik ben zelf rolstoelgebonden en vraag me dan ook af waarom ik niet zelf mijn tas in zou kunnen pakken. Met iemand bij me (die vriendin dus)die mijn zorg op zich neemt kan ik makkelijk op vakantie hoor. Heb alleen ’s morgens en ’s avonds zorg nodig. Grammaticale deel ben ik het mee eens, maar ik zat met het aantal woorden die ik dan overschreed. Ik heb nog niet ontdekt hoe ik de dingen kan aanpassen.