Van mijn vader moest ik peren kopen. ‘Peren van zes jaar oud,’ zei hij, ‘die zijn het lekkerst.’
‘Hoe weet ik of ze zes jaar oud zijn?’ vroeg ik.
Hij gaf me een aanwasboor en legde me uit hoe ik de jaarringen moest tellen.
Bij de groenteboer draaide ik de boor in een peer en bestudeerde aandachtig de boorkern, maar – het zal mijn gebrek aan ervaring geweest zijn – ik kon niet bepalen hoe oud de peer was.
‘Wat zijn we aan het doen?’ vroeg de groenteboer die vlak achter me stond.
Wat ik aan het doen was wist ik wel, maar niet wat hij aan het doen was. ‘Deze peren zijn niet goed hoor,’ zei ik en ik liep weg.

Mooi verhaal, Gijs!
Een slim ventje, gezien zijn reactie op “Wat zijn we aan het doen?”
Goed verhaal, treffend slot.
@Nel, @Levja, dank voor jullie commentaar
@Nel, misschien is ie wel slim, maar hij laat zich toch ook veel wijsmaken.