11 mei 1940. Het ezeltje trek de kar en de vier vluchtelingen weer richting eigen haard. Het kippenvelgevoel ontheemd te zijn maakt gaandeweg plaats voor berusting.
Van ver zien ze het strooien dak van de veilige thuishaven. Het lemen boerderijtje ligt er bij zoals het verlaten werd. De belangrijkste bezittingen, koe, geit, twee varkens, veilig ondergebracht bij buren en familie, vervolledigen het plaatje en waarborgen een zeker toekomstbeeld.
Ondertussen trekt een eindeloze grauwgrijze kolonne gedisciplineerd westwaarts. Onstuitbaar.
Bij het vallen van de duisternis ligt ieder in eigen zorgen verzonken in bed.
Regelmatig wordt de vertrouwde nachtelijke stilte doorbroken door het geknetter van geschut.
Broertje: “Make, ga eens zeggen dat ze stil moeten zijn!”
Kon oorlog maar altijd zo eenvoudig eindigen!

Mooi tijdsbeeld neergezet o_verschreef!
De mens past zich snel aan omstandigheden aan. Sterk weergegeven in de eerste alinea (van een geheel indrukwekkende 120w).
Prachtig vervolg, o_verschreef.
Beeldend en sfeervol geschreven.
Ontroerend slot.
In zin 1 een typo: het ezeltje trek
@ Marie, Alice & Nel: dank je voor het lezen en de waardering.
Sorry voor de fout!
Mooi. Vooral het kleine broertje dat zo’n simpel maar zo’n onmogelijk verzoek doet.
Mooi! <3
Met taalgebruik heel goed de sfeer aangegeven. Volgens mij ben je nu veelschrijver en kun je zelf via het kabinet aanpassingen en/of correcties aanbrengen.