Sinds m’n dochter in Kleine Max’ hompetent werkt, heb ik heel wat gajes over de vloer gehad. Zolang ze maar van het houtje waren, vond mijn Arie het prima. Maar vaak hield ik m’n hart vast. Ik heb van alles zien langskomen: blitskikkers, klotenklappers, dallesdekkers, kaaljakkers… Ach, ja… Koen, dat was een leukerd. Geinponem eerste klas. Maar de rest!
De ergste was Lowie, een geheimschrijver van heb ik jou daar. Geen idee van zijn schore, maar hij zat goed in de slappe was. Aangekleed gaat uit, weet je wel. Totdat bleek dat mijn meissie een blinde passagier had.
“Die bijrijder kan niet van mij zijn. Ik ben zoon van een Friese staartklok!”, jankte die miesgasser.
Eén wip, twee keer genaaid ……


Mooie grote waarheid. Ik zag Willeke zo voor me. Maar wie vond er nu uiteindelijk zijn Waterloo? 🙂 🙂 🙂
Goed en geinig triest misdadig verhaal. Komt voor mij in aanmerking voor numero uno!
WoW, goed verhaal, Alice.
En genoten van je prachtige Bargoense woordgebruik.
Bedankt dames! En Mien, dat er een beetje giswerk rest na 120 woorden is tof ?.
For the record. Ik ben geen dame Alice. 😉
?!