Ze zei het vriendelijk, er was niet aan te ontkomen. Nu had ik haar al bij de eerste blik als zijnde lief goedgekeurd, dus tegen de wens dat ik bij haar zou blijven slapen verzette ik mij niet.
Er was niet direct een wilde stoeipartij aan voorafgegaan, en ik ging keurig eerst mijn tanden poetsen. Zou ik wel haar tandenborstel voor kunnen gebruiken, dacht ik zo.
In het bekertje stonden er zeven. Hoeveel vaste geliefden had ze eigenlijk? Ze raadde mijn gedachten voordat ik iets kon vragen. “Ik heb ze om controleurs van de sociale dienst voor gek te zetten. Ze zijn allemaal van mij hoor.”
De controle met wie je allemaal slaapt die jou kan onderhouden. Ach, de tijden.


Met komma’s stoei ik o zo vaak en nu in jouw stukje ook. Ligt aan mij, want stukje vind ik eerder een uitroepteken.