Kerstmis, ijskoud, daklozen, armoede.
Naastenliefde, solidariteit.
De serviceclub hongerde naar gul warmte bedelen. Enthousiast stak de kliek de koppen bij elkaar. Een cateraar had nood aan wat extra uitgaven om af te trekken en bood spontaan soep aan. Heerlijk idee!
Zaterdagnamiddag, het stadsplein. De vrieskou tekende bloemen op de ramen en present. In een verwarmde tent verdreef het uitgenodigde journaille de bijtende kou met borrels en bijhorende hapjes. De voorzitter, secretaris en schatbewaarder van de club, maar omwille van de fotografen vooral hun dames, namen de honneurs waar.
Beschroomd vormden sukkelaars een lange rij voor een grote soepketel. Uit een kraantje onderaan de tank stroomde voor elk een plastic bekertje dunne Auschwitzsoep.
De cateraar haalde het onderste uit de kan!

Hoe schrijnend toch zo mooi kan zijn.
Wrange soep. Zonder worst. Bah. Dat schuurt. Goed geschreven.
Soep die door een kraantje kan is armoe. Het schuurt, inderdaad. Warm hartje!
Heel naar. Mooi neergezet.
Dank aan Levja, Mien, simonecarree en marie voor het lezen en waarderen van het stukje!