We wisten zijn naam niet, dus noemde jij hem “mijn vriend”. Ik zag hem voor het eerst bij de supermarkt waar hij iets vroeg. Ik verstond hem niet en vroeg hem toen maar of ik iets kon meenemen. Kwark werd het, want de krentenbol die ik aanbood kon hij niet verdragen, zei hij, terwijl hij zijn buik aanwees.
Later vroeg hij geld, voor medicijnen. Hij zag er ziek uit en had die nodig, maar ik weet niet of het geld daaraan werd uitgegeven. Meegaan mocht niet, dat vond hij te pijnlijk.
De laatste keer dat ik hem sprak is al even geleden. Ik weet niet waar hij is gebleven. Was hij nog altijd een junk? Ik zal het nooit weten.


Mooi, hoe je de junk een menselijk gezicht geeft. De meeste mensen laten iemand die zo ver is afgegleden links liggen en hebben hun oordeel klaar.
@nyceway dankje. Het was een erg vriendelijke man. Hij zag er niet uit, en daar schrokken veel mensen van. Jammer is dat toch.
Ja, ik denk dat velen van ons “deze” man kennen. Zou is bij ‘was hij nog altijd een junk?’ niet nog krachtiger overkomen?
@Levja inderdaad. Een “bekende” in het straatbeeld.
Ik ben bang dat hij overleden is. Daarom ben ik ook benieuwd of hij nog een junk was. Als hij dat al ooit was. Is “was” dan niet beter?
@Mas: zo had ik even niet gedacht. Het ongewisse bij zulke aangelegenheden is vaak moeilijk te vatten.
@Mooi gebaar. Heldhaftig bijna. ‘Le ciel c’est aussi les autres.’
@Nel Goudriaan: ook van Sartre? Of van iemand anders? Zo hij van niemand is, zou ik willen laten patenteren op mijn naam.
@Nele: Kan het niet laten … l’enfer c’est les autres is van Sartre. Omhoog kijken naar de hemel is ook in mijn ogen een beter idee dan naar de duisternis. Kijk, omhoog, want daar is de blauwe lucht. Laten we dat allemaal samen met Sammy doen.