‘Hij hangt aan mijn zendmast.’
‘Hè?’
‘Echt waar! Ik ben zendamateur; opeens zie ik hem hangen.’
‘Meneer, waar hebt u het over, hebt u gedronken?’
‘Nee!’
‘Meneer, u belt 112. Het is strafbaar als u ons voor niets belt.’
‘Hij hangt er echt. Bij de schoorsteen.’
‘Wie dan?’
‘Hij ziet eruit als een… Nou ja, als een eh… inwoner met een migratieachtergrond.’
‘Als een wat? Hoe ziet hij eruit?’
‘Hij is raar gekleed en heeft vegen op zijn gezicht.’
‘Oh… nu begrijp ik het. Dat is een grappige alloch…’
‘Niet zeggen! Dat is stigmatiserend. Er kan meegeluisterd worden.’
‘Staat gewoon in de Van Dale, meneer. Net als autochtoon. Maar hebt u wel een vergunning?
Hallo, hallo… bent u daar nog?’


Actueel en grappig.
Hoe een begrip evalueert: gastarbeider → buitenlandse werknemer → allochtoon → kutmarokkaan → Nederlander met migratieachtergrond.
@Ewald. Hoe je het ook noemt: C’est le ton qui fait la musique. Dat geldt voor veel zaken in woord en ook geschrift.
Klopt, Han. Helaas wordt er ook veel niet gezegd en niet geschreven. Dan liever af en toe een valse noot tussendoor.
Ewald, ik blijf gewoon bij mezelf. Vals niet, maar als het moet zeg ik het wel.
Han, zelfs de beste muzikant speelt wel eens een valse noot.
Ewald, misschien speel ik daarom wel geen instrument terwijl ik gek ben op muziek.
Han, het geldt net zo goed voor sprekers en schrijvers. Iedereen kiest wel eens de verkeerde toon.
Het is wat met die piraten. Leuk stukje Han.
@Mien. Dank je wel!
Ik dacht aan een schoorsteen-piet, die alvast vooruit gaat voor Sinterklaas! Humor dit stukje!
@Marie. Leuk dat je het leuk vindt. Dank je!
Leuk Han, het is een vreemdeling zeker, laten we eens vragen naar zijn naam.