als in de ochtend licht gaat schijnen
en ik je naast me liggen zie
al mijn nachtmerries verdwijnen
herken ik plotsklaps mijn fobie
mijn hart brak keihard op die angst
de dood hij sloop hier in de nacht
mijn twijfel duurde op z’n langst
werd op een dienblad hem gebracht
‘ach dood’ zo sprak ik hevig zwetend
‘ach kijk naar wie hier naast mij ligt
zij is zo lief en nog onwetend
toe breng mij niet naar ‘t gericht’
de dood hij keek naar mij, gegrijns
met lege ogen, hief zijn zeis
een actie typisch magerheins
seconden voor mijn laatste reis
werd jij in dromen plots actief
jouw lippen vormden toen een lach
zuchtte even ‘kvinjelief’
Hein verdween bij toverslag


Prachtig. Kijk nog even naar de tweede zin in vierde vers.
Zeker prachtig, alleen het woord ‘fief’ in de laatste strofe zegt me helemaal niets. Ook Google brengt me niet verder.
Vief? Zo heb ik het automatisch gelezen.
Misschien bedoelt Hadeke inderdaad vief. Alleen hijzelf kan uitsluitsel geven.
Het is inderdaad aan Hadeke. Ik ging voor mijn beurt Ewald. Ik ga voor straf even in de hoek staan. 😉
‘vief’ inderdaad en eigenlijk een beetje een rijmconcessie, net als de drievoetige jambe in de slotzin een concessie is, vanwege de 120 woorden regel. Op beiden ga ik verder kauwen. 🙂
Dank voor jullie reacties.
Aan concessies ontkom je niet wanneer je aan 120 woorden bent gehouden. Gelukkig biedt vooral poëzie de mogelijkheid daar speels mee om te gaan d.m.v. dichterlijke vrijheden.
De viervoetige jambes tot het eind zaten me dwars en de rijmdwang met ‘vief’. Aangepast dus. 😉
Goed gedaan. Ook de ‘in vers vier.
Inderdaad knap verbeterd. De witregel hoeft voor mij persoonlijk niet.
Heel mooi!
Witregel weer verwijderd. 😉
Ik vind dichten in 120 woorden veel moeilijker dan verhalen. Ik stel namelijk nogal wat eisen aan vorm en metrum, dat los je moeilijk op met dichterlijke vrijheden.
Enerzijds heb je daar gelijk in, Hadeke, anderzijds kun je je dichterlijke vrijheden permitteren, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten.
Mijn eigen gedicht heb ik volledig herzien, met name wat betreft vorm en metrum.
https://120w.nl/2016/droom-of-nachtmerrie/
Ik vrees dat mijn eigen normen me wat het dichten betreft meer in de weg zitten, dan het schrijven van verhalen. 😉
Schud de normen van je af, Hadeke. Laat los en schrijf onbekommerd zonder beperkingen.
(Grapje, lulkoek, natuurlijk)
Maar maken die zelf opgelegde normen het niet des te spannender om toch die uitdaging aan te gaan?
Poëtische paniekaanval..;)
Hadeke, nu heb ik je gedicht deze week al enkele malen gelezen en pas nu valt me op hoe schitterend de titel is. Een dik compliment waard.