Kaleb zijn humeur was bijzonder slecht.
Hoewel de moordenaar wat hem betrof overduidelijk was, werd hij toch opgescheept met iemand van Scotland Yard.
Het dikke ventje met monocle stond tegenover hem.
‘Hoe weet u zo zeker dat de bakker de moord op de kasteel heer heeft begaan?’
Met moeite onderdrukte Kaleb geërgerd een zucht.
‘Omdat de kasteelheer vergiftigd is, de bakker drugs als motief had, dit lag achter de replica van Rembrandt, de bakkers voortuin vol stond met giftig Monnikskap, en omdat hij de droom van het bijbelverhaal van Jozef zo kon vertalen naar het nu en hier?’
Maar hij vertikte het verantwoording af te leggen aan dit arrogant stuk ‘Schots vreten’.
‘Juffrouw Stip, laat u meneer ‘Mac Awful’ uit?”

Een verhaal van alle tijden. Of eerder door alle tijden heen.
Heel leuk, Jessy, ik zie het voor me.
Een paar puntjes: Ik zou Kalebs humeur schrijven. ‘Kaleb zijn’ is spreektaal. En kasteelheer is één woord. Iets verderop heb je het wel als één word geschreven, trouwens.
Wel een speciale omgeving waarin een monocle opduikt!
En inderdaad de eerste “kasteel heer’hoort aan elkaar.
Grappig!
Gr.+<3,
Chris