De statige man, links op de vergeelde foto, wie zou hij kunnen zijn? Hij kijkt zelfbewust in de lens, een hand op de knie en de andere in zijn borstzak. Het daglicht weerkaatst op de ketting van zijn gouden zakhorloge en op zijn monocle.
Ik draai de foto om, op de achterzijde staat er iets gekribbeld in een beverig handschrift, dat me niet helemaal onbekend voorkomt. Ik heb het nog ergens gezien, toen we het huis van oom leeggemaakt hebben.
Ik probeer te ontcijferen wat er staat: ‘Dit is mijn vader, Jean Bielen, gefotografeerd op de dag van zijn huwelijk met Maria Smets, mijn moeder.”
Jean Bielen? Maar…, dat is mijn grootvader! De man die zijn vader nooit gekend heeft.


Zelfs het kribbelen past in dit stukje. Heel nostalgisch. Heel mooi.
Leuk stukje, Benny, maar wat is dat geheim dan? De vader van Jean Bielen is nog steeds onbekend, toch? Of moet de laatste zin zijn: die mijn vader nooit gekend heeft?
@Marlies: of mijn grootvader ooit te weten is gekomen, wie zijn vader was, dat valt niet te achterhalen, vrees ik. De laatste twee overlevenden die het kunnen weten (mijn tante van 96 en mijn oom van 92) ontwijken steevast mijn vragen.
Mooi stukje, Benny, alleen is de clou ook mij niet helemaal duidelijk, maar dat maakt het dan wel weer extra geheimzinnig.
Heel mooi en beeldrijk geschreven, Benny. Vooral de eerste alinea.
@Irma: de ‘clou’ is dat mijn grootvader de familienaam van zijn… mama heeft. Met andere woorden, wie zijn vader was, is niet geweten.
@Benny: juist hierdoor was dit stukje zo mooi. Het gegeven dat we zo weinig weten. Zelfs niet eens ons ontstaan.