‘Hé, Slager?’
‘Ja?’
‘Mijn buurvrouw, jeweetwel, die vorig jaar weduwe is geworden, had iets op haar lever.’
‘Die buurvrouw, die altijd praat als een kip zonder kop?’
‘Ja, haar verhalen zijn altijd vlees noch vis.’
‘Maar ze heeft vroeger wel paardenvlees gegeten, schijnt.’
‘En ze was getrouwd met die Hansworst.’
‘Ze wilde met me uit.’
‘Wow! Wat heb je gezegd? Weet je wel wat voor vlees je met haar in de kuip hebt?’
‘Wat kan ik zeggen? De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.’
‘Tja, vieze varkens worden niet vet. Dat snap ik.’
‘Is er… ook wat gebeurd?’
‘Nee, ik bedacht net op tijd: Wie worst eet of een weduwe trouwt, weet niet wat er in is gedouwd.’


Grappig!
En ook vadertje Cats weer tot leven gebracht.
‘Wie worst eet of een weduwe trouwt, weet niet wat er in is gedouwd.’ Hahaha, mooi Frank.
“Slager” maakt veel los! Grappig stukje.
De slotzin doet het!
Gr.+<3,
Chris
leuk al die cliches achter elkaar