Het zonlicht weerkaatste op het kabbelende water, duizenden diamanten leken dobberend te genieten van de stralende lentemorgen. De haven ontwaakte.
Vijftig kilometer verderop in het land klonk op datzelfde moment een deurbel. Haar man opende de voordeur en liet de ambulancebroeders binnen. Vanuit het bed in de woonkamer begroette de verzwakte vrouw haar helden van die dag. “We gaan er alles aan doen om er een mooie dag van te maken, mevrouw”, de sprak de jongste van de twee opgetogen. Met zijn getatoeëerde armen hielp hij haar liefdevol overeind. Op de brancard reden de mannen mevrouw naar de ambulance. Met stille trom vertrokken zij naar de haven. De Meander lag klaar voor vertrek.
Voor een laatste keer de trossen los.


Heel mooi, Alice.
Alleen één keer ‘de’ teveel (de sprak de jongste van de twee).
Inderdaad Ewald! Volgende keer toch beter drie keer overlezen…. Kan ik de tekst nog aanpassen?
Mooi en ook triest verhaal. Alice.
Prachtig hoe je het ontwaken van de haven beschrijft.
Ik denk het niet, Alice, pas als je ‘veelschrijver’ bent geworden (zie voor info hierover op het forum).
Beschouw het als een piepklein schoonheidsfoutje in een verder prachtig stukje.
Heel mooi, Alice.
Heel erg liefdevol.
Alice, mooi verhaal met een open einde ter overpeinzing. Het beeld van de liefdevolle, getatoeëerde armen vind ik erg sterk.
Met liefde en respect geschreven. Mooi.
Mooi stukje inderdaad en de zin ‘duizenden diamanten leken dobberend te genieten van de stralende lentemorgen’ vind ik geweldig
Mooi, kwetsbaar!
Dank voor jullie mooie woorden!
Mooi en gevoelig.
Sluit me volledig aan bij de vorige reacties! Goed stukje..
@Alice: hier lees ik blauw en vooral veel wit… 🙂