‘Fijn jongen, dat je op bezoek komt. Zet even het voeteneind op stand negen, als je wilt.’
‘Negen…?
‘Ik wou dat ik me nooit had laten onderzoeken. Maar ja, je weet hoe je tante is: “Drie keer is tot daar aan toe, Jaap, maar negen keer trek ik niet.” En nu lig ik hier met mijn diagnose: autisme. Ik krijg nog veel onderzoeken – hopelijk negen – en dan mag ik naar huis.
Waar maakt je tante zich nou druk om? Negen is een toch veelvoud van drie?’ zei oom Jaap flegmatiek.
‘Moet ik u komen halen?’
‘Nee hoor jongen. Ik heb zo’n mazzel…’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Lijn negen stopt hier voor de deur.’
Vermoeid zette ik mijn linkervoet tegen het bed…


De eerste keer snapte ik de zin ‘Moet ik u komen halen? niet. De tweede keer wel. Gelukkig dus niet bij de negende keer.
Levja, haha… er is dus nog hoop! Dank je.
Grappig vervolg. Hopelijk wordt het de volgende keer geen 9 x 9…
@Irma, het is een lach en een traan. Het is zeer triest als iemand eraan lijdt.
@Han ja, daar heb je gelijk in… Maar het is wel grappig geschreven.
Dank je Irma, humor was ook het uitgangspunt.
Leuk verhaal, Han, vooral de slotzin. Ik vind het alleen niet zo waarschijnlijk, dat er voor de diagnose autisme een ziekenhuisopname nodig is.
@Nel. Zie het als satire; als je deel 1 leest wordt dat hopelijk duidelijk.
Tegenwoordig wordt alles gediagnosticeerd. Ik heb het daarom extra aangezet.
@Han, ik heb je eerste stukje nu ook gelezen en ik begrijp je insteek.
Dank je Nel!