Vijf dagen geleden was hij erachter gekomen, hij had direct zijn vrienden gewaarschuwd; ze geloofden hem niet. Hij begreep dat, zelf kon hij het zich ook nauwelijks voorstellen. Maar toen de invasie vorderde en de bewijzen zich opstapelden, geloofden zijn vrienden hem nog steeds niet.
Het besef trof hem als een donderslag: zijn vrienden, zijn familie, iedereen waar hij op vertrouwde, was verloren, was geïnfecteerd. Rusteloos liep hij door de stad, er moesten toch mensen zijn die nog standhielden; niemand leek zich van enig kwaad bewust.
‘Het hangt allemaal van mij af.’
Koortsachtig smeedde hij plannen. En toen: de berusting. Donderdagmiddag drie uur, liggend op het gras, verwarmd door de lentezon, na 128 uur onafgebroken strijd, gaf hij zich over.

Broeder Smit,
Gaat dit over de invasie van de lentezonnenstralen? Het is wel mooi hoe je het koortsdachtige van de hoofdpersoon beschrijft.
@Gijs
Mooi geschreven verhaal. Raadselachtig ook, het geeft de lezer de kans na te denken over wat er aan de hand kan zijn.
De overgave van de winter? Dat haal ik er uit.
Goed geschreven stukje.
Zombie-apocalyps? Verzetten heeft geen zin 😉
Hij had waanbeelden: aliens probeerden het mensdom over te nemen. En hij was manisch. Nadat hij vijf dagen en nachten in touw was geweest, viel hij uiteindelijk uitgeput in slaap in het park, op donderdagmiddag.
Meer werkelijkheid dus dan de fictie wat ik dacht. Met jouw toelichting nogmaals gelezen en dan wordt het inderdaad zo.