‘Het gaat mij om die paarden. Als ik maar op de bok kan zitten.’
‘Maar het is toch een eer…?’
‘Welnee, ik heb al zoveel van die figuren vervoerd. Het laat me koud. Discreet moet je zijn, meer niet. Eén keer heb ik me vergaloppeerd. Dat was met die boef.’
‘Boef?’
‘Ja, die Bernhard. Ik had het over de “poten” van een paard. “Benen”, corrigeerde hij mij.’
‘En wat zei u?’
‘Wacht maar tot je de zoveelste trap hebt gekregen, dan zeg je wel “poten”. Voorzitter van het WNF, maar wel jagen. De boef!’
‘En Máxima?’
‘Die komt uit een fout nest. Nooit publiekelijk afstand genomen van dat regime.’
‘Het zijn toch ook gewoon mensen?’
‘Precies, dat bedoel ik dus.’


Die Bernhard… wist van de prins geen kwaad.
Hartje, Han.
Dank je Ewald. ‘Fijne’ man was dat!
We missen hem nog iedere dag ☺
Ja Ewald, en zijn 10 buitenechtelijke kinderen ook.
10 maar?
Nog meer dan?
Ik heb wel eens andere getallen gehoord, maar dat kan ook op roddel en achterklap berusten.