Narcissa fietste de dijk af op de door haar vader in elkaar geknutselde, nieuwe verjaardagsfiets.
‘Kijk mij eens,’ dacht ze de mensen toe die zwoegend op de trappers de opgang omhoog ploeterden. ‘Kijk dan! Ik heb de mooiste fiets van de hele wereld. Een uniek exemplaar. Zo’n vader met twee rechterhanden, hebben jullie natuurlijk niet. Arme sloebers!’
De fietsbanden draaiden steeds maar sneller rond, Narcissa racete de dijkhelling af.
‘Oeps!’ Daar lag een flinke berg zand onderaan de stoep naar de dijk. Welke stommeling heeft dat laten liggen?
Ze greep krampachtig haar stuur vast en trapte uit alle macht op de rem. Maar het mocht niet baten. Daar ging ze onderuit. Haar knie kapot, haar fietswiel verdraaid.
Wat een afgang!


Tja, hoogmoed… Leuk stukje!