Laatstleden vroeg ik mezelf af hoever ik als schrijver zou kunnen afglijden met mijn levendige fantasie? Welk alledaags moment zou ik welhaast ziekelijk om kunnen zetten in een bizar verhaal of poëzie? Maar belangrijker nog, zou het de kunst van het woord beschrijven of juist mijn verknipte schrijversgeest typeren? Draagt het bij aan het succes of is mijn verbeelding de basis voor een snoeiharde afgang? Ik zou natuurlijk de spreekwoordelijke proef op de som kunnen nemen? Empirisch vaststellen wat ik ben: een zieke geest of begaafd schrijver? Wellicht doe ik er goed aan het niet uit te proberen? Wat maakt het vredesnaam uit wat men van mij vindt?
Ik ga een fles Jupiler sabreren en overtuigd toosten op het schrijverschap.


Ik zeg niks. ?
@Mien,
Haha, snap ik 🙂
Verknipte schrijversgeesten brengen reuring, en afgaan hoort bij het leven…
Zo ook zelfspot.
@Dana,
Daar proost ik op!
Groet, Rolf van der Leest
Gedurfd! <3
Zelfspot en zelfkennis houden mensen juist op de been!
En anderen vinden altijd wel ergens iets van… 😉
Ik toost met je mee, al drink ik geen bier. Iedere gek zijn gebrek, inderdaad! 🙂 Hartebier erbij.
Jupiler? Ik hou ’t op Westvleteren 12%!
En, enigszins misantropisch, wie een vraag neerlegt bij een ander, graaf een kuil waar hij zichzelf induwt.
Met vriendelijke groetelkes,
Chris
Broeder Rollo,
Net heb ik helaas mijn vrouw in de kou laten wachten terwijl ik drie stappen verder aan mijn tweede speciaalbier begon.
Het is een afgang om mee te maken, en een bevestiging om het te schrijven. ( Chris: Ik dronk Troubadour Imperial Stout en Petrus Aged Pale, aanraders!)