“Hoeveel is zeven maal vijf?”
“Weet ik niet.”
“Goed, een makkelijkere. Hoeveel is zeven maal tien?”
“Weet ik niet.”
“Dat weet je toch wel? Dat is hetzelfde als tien maal zeven. Hoeveel is dat?”
“Weet ik niet.”
“Zo moeilijk is dat toch niet! Kom op, je weet het best!”
“Nee.”
“Je denkt niet eens na!”
“Klopt.”
“Nou, zeg op! Hoeveel is tien maal zeven?”
“Zeg ik niet.”
“Waarom niet? Joris, wat is nou het probleem?”
“De maaltijd is voorbij.”
“Wat bedoel je daar nou weer mee?”
“Je moet geen tien MAAL zeven zeggen, maar tien KEER zeven.”
“Het betekent hetzelfde hoor.”
“Ja maar zo heb ik het geleerd!”
“Goed, zoals je wilt. Dus, hoeveel is tien keer zeven, Joris?
“Eh…”


Zijn het dan keertafels geworden ipv maaltafels? Leuke dialoog, de frustratie bij de moeder druipt eraf.
Geweldige vondst, zo herkenbaar als wat, mijn dochter kan ook zo reageren wanneer je één woordje verkeerd zegt
<3
Ik had zelf een vader-zoon-gesprek in gedachten, maar het kan net zo goed zijn moeder zijn. :).