‘Het is triest als een moeder haar kind niet meer ziet.’
‘Ja jongen, maar ze heeft te veel gelogen, gemanipuleerd. Dat moet jij als ex toch weten.’
‘Zeker, maar… Als ik mijn moeder niet meer zag… Ik zou radeloos zijn.
Veel geluk in uw nieuwe huis.’
‘We bellen en sturen een kerstkaart, jongen.’
‘Mam, mam! Ik heb je zo gemist. Mooi huis!’
‘Schat, kom binnen. Oh, lieverd…’
‘Voor wie is die kaart, mam?’
‘O… zomaar, voor een kennis.’
‘Voor hem hè? Geloof ‘m niet; hij heeft alles over mij gelogen, alles gemanipuleerd en over jou kwaadgesproken.’
‘Eh, blijf je eten? Ik heb een uitgebreide maaltijd met “lange visjes”. Weet je nog? Je ex noemde ze “aaseters”. Blijf alsjeblieft. Lieve schat.’


Helemaal op het einde ontbreekt een aanhalingsteken.
De ex-schoonzoon lijkt me nog zo’n kwade niet, als hij het voor zijn ex opneemt bij haar moeder. Dat maakt het meteen minder geloofwaardig dat zij wel mag weten dat de moeder nog contact heeft met hem, maar omgekeerd niet.
@ Hekate.Ik heb het zelf meegemaakt!
Louter het feit dat een moeder haar kind niet meer ziet, is vreselijk.
Uiteindelijk bleek mijn schoonmoeder wel degelijk nog of weer contact met haar dochter te hebben…
Aanhalingsteken geplaatst. Bedankt!
Han
Aha, dat bewijst dan nog maar eens dat de realiteit vreemder dan fictie kan zijn 😉
@ Hekate …vandaar de titel: ‘Dubbelspel’