Ger belt mij op vanuit de Connemara: ‘Rob, ik ga dood. Alvleesklierkanker. Kom snel!’ Ik was er voor sluitingstijd. Depte zijn laatste traantje.
Ger was een fervent hedonist. Mateloos in alles. Het ergste wat hem kon overkomen was het moment dat de lichten aangingen, de uitbater ‘laatste ronde’ schreeuwde, terwijl hij tequila zat te zuipen met een stijve neus. Vier jaar later baatte hij zelf een zeer succesvolle horecaonderneming uit aan de ’s-Gravendijkwal, Rotterdam. ‘De Musketier’ was 365 dagen per jaar, 24 uur per dag geopend. Totdat Burgerknecht Brammetje Peper de boel dwarsboomde. Een jurist adviseerde Ger om tussen vijf en zes uur ’s ochtends te pauzeren. Dan stonden we buiten een uurtje te kouten. Ger hield mijn kruk warm.

uit het leven gegrepen
Beste José,
Yep!
Groet,
Rob.