Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.

In het bovenstaande stukje zijn helaas een aantal witregels weggevallen. Waarom? Geen idee!
Om de vier regels hoort een extra witregel te staan.
Voor de leesbaarheid wel zo handig.
Na elk zinnetje een witregel is ook niet nodig.
Beeldend gezien als dialoog wel wenselijk. ?
Kwestie van smaak, Mien. Voor mij moet een witregel (althans bij proza) een duidelijke functie hebben. Die zie ik hier eerlijk gezegd niet. Nu heb je die dubbele witregel nodig voor de functie die normaal de enkele witregel heeft. Dat vind ik verwarrend en onprettig lezen. Maar nogmaals, zoiets is ook een stukje persoonlijk.
Witregels of niet: een lekker, leuk en vlot stukje, Mien. Hartje!
Klein puntje: ‘waar naar toe’ schrijf je aan elkaar.
Han
Waarnaartoe? Dat klinkt erg Indiaans. Bestaat dat? Indiaans? Grapje. Je hebt gelijk Han.
Mocht de Redactie onverhoopt vallen over deze dichterlijke vrijheid / malheur dan wil ik haar vragen ‘Waar naar toe?’ te vervangen door ‘Naar waar dan?’.
@Hay: … en hoe zit dat bij proëzie in dialoogvorm?
Anders. 😉
Ik vind het inderdaad ook iets van een gedicht hebben, dus die witregels passen wel (en extra witregels waren op hun plaats geweest).
Originele invulling van “maaltijd” zonder dat het te geforceerd overkomt.