Ik leerde al jong wat een kabinet was. Het was de eigen kamer van mijn opa. Het hele huis boezemde mij ontzag en angst in. Het was er groot en donker.
En stil.
Vroeger woonde mijn opa daar met zijn vrouw. Ze was niet mijn echte oma. Mijn moeder vertelde dat zij één van de sjieke zussen van haar eigen moeder was. Toen oma plotseling overleed, was mijn opa bijna even plotseling met zus Ans hertrouwd.
Mijn moeder is haar hardnekkig “tante Ans” blijven noemen.
Tante Ans was erg deftig. Ze sprak met vreemde woorden. Zo vroeg ze altijd of ik een koekje ‘bliefde’.
Aan het eind werd ze dement, en overal bang voor.
Met haar verdween ook alle opsmuk.

Treffend, Lisette, hoe de kinderangst waarmee je stukje begint, later in tanta Ans kruipt. Een hartje.
Zo’n tante blijft je bij, duidelijk realistisch geschetst