De regen maakt me nat en koud dus ik klop bij je aan
je laat me in en mag er voor de grote haard gaan staan
ik krijg een nap met soep en brood, het is maar amper op
dan trek je mijn kaproen al met een gang over mijn kop
kort daarna kus ik met jou al in het ruime sop.
We vrijen in een grote houten tobbe in de hoek
daarboven zit een gat en komt de regen op bezoek
met horten en met stoten schiet ik weerlicht door je heen
je huilt er als de wind die schreeuwt zo hard om ons alleen
de zon die komt en droogt ons af als woest de storm verdween.


Voelt u na het lezen van de vers zich niet zo fijn?
Bedenk dan wie de “Ik” en de “Jij” zou kunnen zijn.
Beste VmetdeVork,
’t Weerlicht er niet slecht van!
Met vriendelijke groet plus hartje.
Chris
Mooie taal Broeder Vork. Vandaag zei iemand mij: “Maar de schrijver moet toch los staan van de tekst?” En die schreef zelf. Jij bent wat jij schrijft. Mooi en eerlijk.
Moet daarna niet aan elkaar?
Mooi
Vork,
Glijdt als een bonbon langs de huig.
Groet,
Rob.
Broeder Vincentius: Hoe hard het ook regent, weet dat het stormen kan.
Broeder Mabelus: Een mens is wat hij denkt de hele dag door en soms schrijft hij wat hij denkt.
Zuster Mien: Daarna schreef ik daarvoor als daar na.
Zuster Nel: Dank u.
Broeder Rob: Dat gaat dan wel snel, een bonbon die langzaam op de tong smelt en dan een soort papje wordt……ach de vieze man kan het je haarfijn uitleggen.
Zuster Mien?
Beste VmetdeVork. Ik ben geen zuster, en ook niet jouw zuster, ook geen zuster in overdrachtelijke zin, schrijfzuster of zoiets. Dus wat mij betreft mag je dit adjectief weglaten in verdere reacties op mijn schrijven. Mijn naam Mien volstaat. Alvast bedankt.
Bliksem!
Wat een donders verhaal.
Na dit te hebben gelezen
wacht een ieder op zijn gemaal.
Fijn ritme en mooi beeldend. Heel geslaagd stukje.