We zitten in het midden van het bankje onder de pergola, amper ruimte tussen elkaar.
Ik pluk een roos en doe hem in je haar. Jij lacht naar mij en we vrijen.
Jij zit rechts en ik links. Tussen ons in zit een jongetje.
Jij zit rechts en ik links. Tussen ons in een jongetje en een meisje. We lachen naar de kinderen en zij naar ons. Jij ziet mij niet en ik jou evenmin. Er valt een doorn in je haar.
Er zit een man zonder haar links naast haar. Ik haal mijn hand door mijn volle bos met haar en zeg: ‘Ik kom de kinderen halen.’ Hij kijkt naar mij en ik naar hem. Zij naar de pergola.


Wat een mooi stukje! Een leven in een notendop.
Dank je voor je leuke reactie, Lousjekoesje! En voor de hartjes natuurlijk.
Heel bijzonder, mooi neergezet!
Dank je, Irma.
@Han, ik vind dit een wonderschoon geschreven stukje. (hartje) Je zegt op een aparte manier heel veel.
Dingetjes:
[Jij ziet mij niet en evenmin ik jou.] Denk je niet dat het lekkerder bekt als je zegt: Jij ziet mij niet en ik jou evenmin?
Als de man links geen haar heeft en de hp haalt zijn hand door zijn volle bos, denk je dan niet dat met haar na volle bos overbodig is?
Dank je Mili.
Ik vind de constructie in dit kleine verhaaltje juist wat beter klinken. In een groter verband zou ik je gelijk geven; het is de klank.
De uitdrukking is: volle bos met haar (volgens mij). Maar ik kan mij vergissen…
Bedankt voor de opmerkingen!
Heel bijzonder stukje @Han
Prachtig!
Dank je Nel!
Zij naar de pergola. Zijn zij de kinderen die naar de pergola kijken?
Nee, de moeder van die kinderen.
dus zij heeft een nieuwe relatie met een kaalhoofdige man, dat haalde ik er eerst niet uit
Ja, maar je kan het natuurlijk interpreteren zoals je wilt. Dat vind ik altijd wel leuk.